Bookmark and Share

Woordveld "Spreken/praten/zeggen"

Notulen zijn een weergave van wat er is gezegd. De manier waarop je dit doet is belangrijk. Vergelijk de volgende twee voorbeelden:

Voorbeeld 1:
De heer Jansen zegt dat hij blij is met het voorstel van de penningmeester. De heer Jansen zegt dat er misschien enkele nadelen zijn aan het voorstel. Mevrouw De Vries zegt dat de voordelen opwegen tegen de nadelen. De heer Jansen zegt dat hij het hier mee eens is. 
Voorbeeld 2:
De heer Jansen is enthousiast over het voorstel van de penningmeester, maar merkt op dat er mogelijk ook nadelen zijn aan het voorstel. Mevrouw De Vries stelt dat de voordelen opwegen tegen de nadelen. De heer Jansen stemt hiermee in.

Wanneer je deze voorbeelden vergelijkt, dan valt op dat in het tweede voorbeeld steeds andere woorden zijn gekozen om aan te geven dat iemand iets heeft gezegd. Er is variatie in het woordgebruik. Dit maakt de tekst beter leesbaar.

Wil je prettig leesbare notulen maken, besteed dan aandacht aan variatie in het woordgebruik. De onderstaande tabel is een weergave van het woordveld van "spreken/praten/zeggen". De tabel kan uiteraard verder worden uitgebreid en worden aangevuld.

Spreken, praten, zeggen

mededelen bekend maken
roepen
schreeuwen
fluisteren mompelen
stamelen
slissen
stotteren
constateren beweren uitleggen
toelichten
beargumenteren
tegenspreken
verzekeren
zweren
liegen overdrijven
opscheppen
berichten
bekennen
vertellen
kletsen roddelen
voor zich uit praten
ijlen
opmerken
vragen informeren naar
uithoren
navragen
verzoeken vragen om bedelen om
bevelen
voorstellen adviseren
aanbevelen
antwoorden tegenspreken
ontwijken
herhalen

 


Home Contact Sitemap © 1996-2010: Het Notuleercentrum. All Rights Reserved.