Steno systeem Groote
Ontstaan
Spreekt men in Nederland van steno, dan bedoelt men daarmee het stenosysteem
Groote. Systeem Groote is in 1899 ontwikkeld door Arnold Willem Groote (A.W.
Groote), een assistent van een Nederlandse generaal. Groote had een methode
nodig om de woorden van de generaal op te schrijven terwijl hij op een paard
zat. Geen van de bestaande systemen voldeed, omdat er allerlei zeet tekens
in voorkwamen, zoals punten. Zelfs als een paard langzaam loopt, verandert een
punt al gauw in een streepje. Daarom ontwikkelde Groote een vloeiend systeem
zonder gebruik van punten.
Systeem Groote is speciaal ontworpen voor de Nederlandse taal (en is daarom
hiervoor het meest geschikt), maar kan ook in allerlei andere talen worden
toegepast.
Kenmerken van systeem Groote
- De lettertekens zijn vereenvoudigde letters. Als gevolg hiervan is het schrijven
makkelijker dan het teruglezen.
- In systeem Groote wordt fonetisch geschreven. Je schrijft op wat je hoort.
- Er is geen verschil tussen hoofd- en kleine letters.
- Elk woord wordt in één vloeiende penbeweging geschreven (bijvoorbeeld
geen puntjes op de i), waardoor tijdwinst wordt behaald.
- Veel voorkomende woorden hebben een afkorting. Je moet dus een lange lijst
met afkortingen uit het hoofd leren.
- Veel letters mogen worden weggelaten, maar dit moet volgens een lijst van
10 vaststaande regels gebeuren!
De stenotekens van systeem Groote

De regels voor het weglaten van letters
- Regel 1: aan het einde van een lettergreep worden 'd', 't' en 'dt'
weggelaten indien zij direct volgen op een medeklinker. Voorbeelden: kran(t),
wor(dt), mon(d)hoek.
- Regel 2: op elke plaats in een woord worden 'd', 't' en 'dt'
weggelaten indien zij direct volgen op een medeklinker én worden gevolgd
door een toonloze klinker. Voorbeeld: warm(t)e.
- Regel 3: een toonloze 'e' wordt weggelaten, behalve als een
voorafgaande d/t/dt al is weggelaten, of wanneer de 'e' onderdeel is van de
eerste lettergreep. Voorbeelden: slag(e)r en vrag(e)n, maar gluur(d)e
en regering!
- Regel 4: 'en' of 'n' worden aan het einde van een woord (of
woorddeel) weggelaten, behalve als het een meervoud van een zelfstandig
naamwoord is. Wanneer regel 2 al is toegepast, dan wordt alleen 'n'
weggelaten. Voorbeelden: wandel(en), staa(n), rek(en)som
en lach(t)e(n) (= combinatie van regels 2 en 4).
- Regel 5: de meervoudsvorm van zelfstandig naamwoorden wordt
weggelaten als het meervoud duidelijk blijkt uit het restant van de zin. Pas
regel 2 toe vóór regel 5. Voorbeelden van voor de hand liggende
meervoudsvormen:
- tellen: 10 broek(en)
- andere uitspraak van klinker: bad(en)
- meervoudsvorm verandert het woord: kin(d)er(en)
- gebruik van werkwoord: pan(nen) kop(en)
- gebruik van lidwoord: de wiel(en)
- Regel 6: wanneer een lettergreep eindigt met een horizontale lijn
(de stenotekens voor 'i', 'ie', 'ij', 'y' en 'ei') worden 'd', 't' en 'dt'
weggelaten. Voorbeelden: pi(t), gei(t), tij(d)sti(p).
- Regel 7: de voorvoegsels 'ge' en 'be' worden afgekort tot 'e'. Deze
voorvoegsels worden geheel weggelaten wanneer zij niet aan het begin van een
woord staan, of wanneer zij voorafgaand aan een klinker staan. Voorbeelden: (b)eleg,
(g)eloof, (be)am(en) en on(ge)zon(d).
- Regel 8: de volgende voorvoegsels worden afgekort:
- con-/kon-/com-/kom- worden 'ko'. Voorbeeld: ko(n)tak(t)
- dis- wordt 'di'. Voorbeeld: di(s)ko
- mis- wordt 'mi'. Voorbeeld: mi(s)poes
- im-/in- worden 'i'. Voorbeeld: i(n)koop
- inder-/intro-/inter- worden 'ir'. Voorbeeld: i(nte)rkom
- sub- wordt 'su'. Voorbeeld: su(b)groep
- Regel 9: de volgende woorduitgangen worden afgekort:
-baar wordt 'aa'
-deel(s) wordt 'd'
-heid/houd(t/en) wordt 'h'
-ig wordt 'g'
-eur wordt 'r'
-iën/-ion/ioen wordt 'n'
-rijk/keur(ig)/kunde(ig)/kom(t/en/st) wordt 'k'
-lijk(s) worst 'l'
-matig wordt 'ag'
-ment wordt 'm'
-stel(len) wordt 'st'
-schap wordt 'g'
-tie wordt 'ie'
-tief wordt 'ief'
-zaam wordt 'aam'
-besluit(en) wordt 'sl'
- Regel 10: 'd', 't' en 'dt' worden weggelaten indien zij worden
voorafgegaan door een medeklinker en worden gevolgd door een woorduitgang.
Voorbeeld: mon(di)g.
- Regel 11: de tussen-s bij woordsamenstellingen wordt weggelaten.
Voorbeeld: monnik(s)kruid.
Steno leren
Op deze pagina vind je alle benodigde informatie om steno te leren. Toch zal
het niet makkelijk zijn om met deze informatie vloeiend steno te leren. Waar
begin je? Wie controleert je vorderingen, zodat je jezelf niet iets fouts
aanleert? Wil je steno leren, dan is het bijna onmogelijk om dit te doen zonder
een stenocursus te volgen.
Van een cursus steno mag je verwachten:
- een doordachte opbouw door het stapsgewijs aanleren van de stenotekens en
stenoregels;
- veel oefenen en training om ervaring en routine op te doen;
- begeleiding door een professionele docent;
- feedback op je vooruitgang;
- waar nodig bijsturing;
- het gemotiveerd houden van de cursisten.
In onze cursus
steno leer je in 5 dagdelen voldoende steno om normaal spreektempo te kunnen
volgen. Je kunt dus 'live' alles woordelijk opschrijven wat iemand zegt. Het is
een intensieve cursus waarvoor enige inzet vereist is.